| Speciaalclub ZOBK |
Aan het einde van de 19de eeuw kwam in een aantal West-Europese landen vedervoetige krielen voor die
sterk op elkaar leken. Ons land kende de Sabelpoot, Duitsland het Federfüßiges Zwerghuhn en Engeland
de Booted Bantams. In het begin van de 20ste eeuw startte de in Brussel wonende Michel van Gelder zijn
bijdrage aan deze kollektie vedervoetige krielen.
Hij wilde een vedervoetige kriel fokken die lager gesteld en meer gedrongen van bouw was dan de bestaande types.
Bovendien moest het nieuwe ras een volle baard hebben. De meeste auteurs gaan er vanuit dat Van Gelder
gestart is met Sabelpoot krielen en Antwerpse baardkrielen. Zeker weten doen we dit niet.
Van Gelder had naast zijn grote fokkerij, waarschijnlijk gelegen in de ten zuidoosten van Brussel gelegen deelgemeente Ukkel, ook nog tijd genoeg om vele grote Engelse en Duitse tentoonstellingen te bezoeken. De kans is groot dat hij daar ook een deel van zijn uitgangsmateriaal heeft gekocht. Hij is er wel ingeslaagd de Ukkelse Baardkriel te fokken.
Foto: Ukkelse baardkriel haan zwart-witgepareld. © W.Hoekstra / www.willemhoekstra.com
Vanaf 1905 zijn er exemplaren van dit ras op de
tentoonstellingen ingezonden.
In België heeft het ras ooit een redelijke populariteit gekend.
In het buitenland zijn ze door de concurrentie met de vergelijkbare nationale rassen altijd grote
zeldzaamheden gebleven. Momenteel behoort het ras echter ook in het moederland helaas tot de bedreigde rassen.
Als we kritisch naar een ideale afbeelding van de Ukkelse baardkriel kijken, dan zien we dat het ras
niet veel verschilt van het type van de Antwerpse baardkriel. Het verschil is de volle voetbevedering
en een enkele kam bij de Ukkelse baardkriel. Een goede Ukkelse baardkriel moet dus laag gesteld,
een korte en volle halspartij en een halfopen staartpartij hebben. De staart mag niet te breed
aangezet zijn en moet bij zowel bij de haan als de hen een stompe driehoek vormen.
De hoofdsikkels van de
haan moeten evenals die van de Antwerpse baardkriel niet te lang zijn, mogen niet doorbuigen en moeten een
beetje puntig uitlopen. Deze eigenschappen zijn vooral bij een jonge haan moeilijk te bereiken.
Vaak is bij deze dieren de sikkel-ontwikkeling aan de rijke kant. Overjarige hanen tonen vaak een veel
betere staart en deze dieren zijn in zijn geheel dan ook wat voller van bouw. Hiermee moet bij de beoordeling
van jongen dieren rekening worden gehouden.
Foto: Ukkelse baardkriel hen porcelein
Het gewicht van een haan is 700 - 800 gram. Een hen van dit ras weegt ongeveer 550 gram
Daarbij moet de Ukkelse baardkriel in het bezit zijn van een kleine enkele kam die regelmatig getand is
met niet te smalle tanden. Ook een volle driedelige baard behoort tot de standaard-uitrusting.
Omwille van vitaliteit en/of gebrek aan fokmateriaal in specifieke kleuren is er helaas in de laatste 20
jaar nogal eens gekruist met de Nederlandse Sabelpootkriel.
De typische kleurenslagen bij de Ukkelse baardkriel zijn:
- porselein-varianten
- zwart
- wit
- koekoek
Ook de kwartel-varianten ontbreken op papier niet. Helaas komen we juist deze kleurgroep
vrijwel nooit meer tegen.
Deze kleurgroep is ook alleen in België erkend. Op onze tentoonstellingen zien we de laatste jaren
vooral de kleurslagen zwart, porselein en isabelporselein.
Ukkelse baardkrielen zijn rustig en vertrouwelijk van karakter. Sommige haantjes kunnen vooral in het fokseizoen wat lastig zijn voor de verzorger. Vaak zijn dit de mooiste dieren die het parmantige en uitdagende karakter van het ras goed demonstreren. Onderling zijn ze bijzonder verdraagzaam. Het is dan ook mogelijk na het fokseizoen in een ruim hok meerdere oude hennen en hanen bij elkaar te houden. Veel verder dan wat schermutselingen tussen de hanen komt het meestal niet.
Een nadeel van het ras is dat de tentoonstellingsdieren een speciale aandacht vragen. Het meest kwetsbare onderdeel is de volle voetbevedering. Vooral bij de porselein-varianten is deze vrij hard van structuur en breekt daardoor gemakkelijk af. Hiermee wordt bij het beoordelen op tentoonstellingen wel rekening gehouden. Zeker aan het begin van het tentoonstellingsseizoen wordt echter wel een gave voetbevedering geëist.
Om dit voor elkaar te krijgen moet voorkomen worden dat de voetveren langs het gaas schuren en niet teveel slijten door de bodembedekking. Houtmot of gehakseld stro is daarom het beste bodemstrooisel. De Ukkelse baardkriel is geen grote legger van eieren. In het voorjaar en de eerste zomermaanden zijn vier tot vijf eieren per week van een hen echter geen uitzondering. Ook broedsheid is nog in het ras aanwezig. De meeste hennen broeden een legsel met ongeveer 9 eieren uitstekend uit en brengen hun kuikens vlot groot.
Zowel de Ukkelse baardkriel als haar zusje de Everbergse baardkriel zijn gevoelig voor Marekse verlamming. U kunt u hier meer over lezen bij de Everbergse baardkriel.
![]() |