| Speciaalclub ZOBK |
We kunnen bij de Everbergse baardkriel niet spreken over een op zichzelf staand ras. De Everbergse baardkriel is de bolstaart-variant van de Ukkelse baardkiel.
Foto: Everbergse baardkriel hen zwart. © W.Hoekstra / www.willemhoekstra.com
Met uitzondering van de staartpartij zijn deze twee rassen volkomen gelijk. Voor een beschrijving van het ras
wordt daarom verwezen naar de Ukkelse baardkriel.
Van de oorsprong van de Everbergse baardkriel is niet veel bekend. Het eerste exemplaar werd
geboren in 1906 te Everberg, een klein plaatsje ten oosten van Brussel.
Het verschijnsel bolstaart wordt hieronder uitgelegd bij de
beschrijving van het type.
Bolstaarten zijn niet onbekend in de pluimveeteelt.
Er zijn van veel rassen bolstaart-varianten bekend.
Enkele voorbeelden hiervan zijn:
- Bolstaart Chabo
- Araucana
- Bolstaart Drents hoen
- Bolstaart Ardenner
Een grote populariteit heeft de Everbergse baardkriel nooit gekend. In onze 'oude' Nederlandse
standaard deel V is opgenomen dat na 1918 geen exemplaren van dit ras meer
zijn gezien.
Gelukkig is de situatie nu wel anders. Af en toe zien we weer leuke exemplaren van dit zeldzame ras op tenstoonstellingen in Nederland en België, hoewel het aantal fokkers zeer beperkt is
De beschrijving van kleur en type van de Everbergse Baardkriel is volstrekt gelijk aan die van de
Ukkelse baardkriel. Het gewicht van de haan is 700 - 800 gram. Een hen weegt ongeveer 600 gram.
Het
enige verschil is het ontbreken van de staart.
De staartloosheid ontstaat door het niet aanwezig zijn van de laatste staartwervel. Op deze staartwervel is bij een 'gestaart' dier de staart ingeplant.
Foto: Everbergse baardkriel hen porselein.
De genetische factor voor dit verlies is een dominante erfelijke eigenschap. Dit betekent dat uit een paring
van een 'fokzuivere' Everbergse baardkriel met een Ukkelse baardkriel slechts Everbergse baardkrielen (dus bolstaarten)
worden geboren. De fok van Everbergse baardkrielen lijkt op deze manier dus een vrij gemakkelijke fokkerij.
In de praktijk is dit echter niet het geval.
Uit een dergelijke kruising worden vaak ook dieren
geboren die enkele
staartveren hebben. Dit noemen we ook wel een sleepstaart. De dominantie van de faktor voor staartloosheid
is dus niet volledig geweest.
Vaak vinden we bij deze dieren toch nog een deel van de laatste staartwervel.
Een ervaren fokker of keurmeester ziet en voelt het verschil
met een zuivere bolstaart wel degelijk. Naast het ontbreken van een fraaie afronding en voldoende stuitbreedte
is het restant van de laatste staartwervel ook goed te voelen. Aanmerkingen op afronding en breedte
van de stuit moeten bij de keuring ook gemaakt worden.
Het blijkt duidelijk dat het bezit van voldoende lichaamsbreedte en daarmee een
goede breedte van de stuit voor de Everbergse baardkriel een belangrijk kenmerk is.
Zowel in de fokkerij alsook op de tentoonstelling verdient dit onderdeel de nodige aandacht.
Evenals de Ukkelse baardkriel zijn veel dieren erg gevoelig voor de ziekte van Marek. Omdat de populatie van dit ras al zo klein is, lijkt het verstandig de eendagskuikens in te enten tegen deze ziekte. Fokkers met veel ruimte kunnen meer dieren opfokken. Dit geeft de mogelijkheid verschillende groepen kuikens gescheiden van elkaar te houden en een selectie op de gevoeligheid voor deze ziekte door te voeren. De situatie is dan duidelijk. Is de gevoeligheid aanwezig, dan slaat de ziekte toe (meestal bij het begin van de leg). Worden de dieren niet ziek, dan is voldoende resistentie aanwezig. Op deze manier is het mogelijk na enige jaren een resistente stam op te bouwen. Men moet wel bedenken dat deze selectie op weerstand veel tijd en vele jonge dieren kost.
Extra informatie over de Everbergse baardkriel in:
![]() |